Eerste hulp bij ‘onzindelijkheid bij katten’ in de praktijk!

 
Felinova (35)

Als dierenarts komt u ongetwijfeld in contact met cliënten die een kat in huis hebben die onzindelijk is, zelfs nadat gebleken is dat er medisch gezien geen probleem is.

In dit artikel staan we stil bij onzindelijkheid als één van de meest voorkomende gedrags- problemen bij katten en wat het eerste advies kan zijn dat u als eerstelijnshulpverlener kan aanbieden.


Algemeen over het ‘waarom’ van gedragsproblemen bij katten

Als we spreken over een ‘gedragsprobleem’ is het belangrijk om stil te staan bij zowel heel wat praktische zaken zoals routine, gedrag van de eigenaar, inrichting van het huishouden, aantal katten, historiek, maar ook bij de emotie bij de kat. In het algemeen onderscheiden we vijf basisemoties: plezier, angst (voor iets dat zou kunnen gebeuren), schrik (voor iets dat op deze moment effectief plaatsvindt), frustratie en opluchting.

Eender wat een kat (of eender welk ander dier) doet, heeft een bepaalde reden en is terug te brengen onder één van deze vijf basisemoties. Gedragsproblemen worden uit praktische redenen onderverdeeld volgens symptomen (plassen, agressief, likken, overdadig miauwen), maar we kunnen ze pas oplossen als we die emotie kunnen achterhalen. Plast de andere kat in huis uit frustratie of angst? Vanwaar komt die angst dan?

Katten zijn ‘kitten’ tot ongeveer anderhalf à twee jaar. Op deze leeftijd kan er ‘plots’ een verandering in hun gedrag ontstaan doordat zij volwassen worden. De kat heeft heel de kittentijd zich van niets iets aangetrokken en plots wordt het moeilijker om om te gaan met stress door haar omgeving. Dit is een verklaring voor vele eigenaars die melden dat hun kat zomaar van de ene dag op de andere in huis begon te plassen. Redenen hiervoor zijn in eerste instantie: kittens die te vroeg bij de mama zijn weggehaald (6 à 7 weken); katten die niet optimaal gesocialiseerd zijn in hun eerste 16 weken aan huiselijke geluiden en situaties; veranderingen zoals een nieuwe kat (ook in de omgeving), een bezoek aan de dierenarts, een nieuwe inwoner, baby, hond enz. De leeftijd van 1,5 tot 2 jaar is dan ook de gemiddelde leeftijd van katten die binnengebracht worden in het asiel. Als we eigenaars dus zoveel mogelijk advies omtrent deze gedragsproblemen kunnen geven, helpen we mee om een situatie niet zo erg te laten worden dat de kat wordt afgestaan.

Vervolgens bespreken we de meest voorkomende gedragsproblemen en het eerste advies dat u kan meegeven. Volstaan deze tips niet, dan vergt de situatie een grondige analyse en kan u steeds doorverwijzen naar Felinova Gedragstherapie voor katten.

Algemeen over onzindelijkheid

Wanneer uw cliënt een onzindelijke kat heeft, is het belangrijk eerst een onderscheid vast te stellen tussen ‘sproeien’ of ‘plassen’. Sproeien is urineren tegen een verticaal vlak. Dit zijn kleine hoeveelheden urine en gebeuren op duidelijke en zichtbare plaatsen. Plassen daarentegen is het urineren op horizontale vlakken, dit zijn grotere hoeveelheden urine en vinden plaats op verscholen plaatsen.

Sproeien

Sproeien is in eerste instantie een seksueel gedrag maar vanaf de kat gecastreerd is, gaan we ervan uit dat dit een stresssignaal is. Katten ‘markeren’ hun leefgebied niet zoals bij honden, zij zullen doorheen héél hun leefgebied sproeien om aan te geven dat zij zich op die plaats niet op hun gemak voelen. Hun moedertaal is communiceren met geuren en wanneer een kat sproeit, zet zij eigenlijk een grote gevarendriehoek op die plaats voor zichzelf. Als de kat hier volgende keer passeert, weet ze dat ze op haar hoede moet zijn.

EHBO bij sproeien
>> Medische oorzaak uitsluiten;

>> De kat is angstig op verschillende momenten. Leg uit aan de cliënt dat dit natuurlijk gedrag is, dat de kat zich niet goed in haar vel voelt en dat ze zoveel mogelijk stressfactoren in haar omgeving moeten verwijderen.

>> Als ze schuilt, moeten ze haar met rust laten. Dit is een moeilijke ‘regel’ voor sommige eigenaars, want de reden voor het houden van een huisdier is niet in alle situaties in het belang van het dier maar wel voor die van de eigenaar (bijvoorbeeld gezelschap, opvullen van een leegte in huis, vertrouwen kwijt in mensen, enz.).

>> Zorg ervoor dat er geen vreemde katten binnenkomen of binnenstaren.

>> Zorg voor genoeg schuilplaatsen die liefst zoveel mogelijk in de hoogte liggen. Zelfs een zelfzekere kat wil eens schuilen in de hoogte als ze zich niet goed voelt. Dit is normaal gedrag. Voor een kat wil schuilen zeggen ‘geen oogcontact’. Als de kat u niet kan zien, gaat ze ervan uit dat u haar ook niet kan zien. Zo is het niet altijd duidelijk dat katten aan het schuilen zijn, omdat we hen nog voor een groot stuk zien zitten.

>> Vermijd conflicten! Katten kennen geen ‘verzoeningsgedrag’ omdat zij nooit in groep of roedel geëvolueerd zijn (het zijn solitaire jagers). Zij zijn echter wel sociale dieren maar met een beperkt repertoire aan communicatiesignalen voor andere katten. Omdat zij geen verzoeningsgedrag kennen, wordt elk conflict steeds erger en erger tot één van de katten zo angstig wordt, dat ze zich terugtrekt. Het lijkt voor de eigenaar alsof er geen probleem meer is, maar niets is minder waar. Vertel aan de eigenaar dat zij elk conflict uit elkaar halen door ze zachtjes zonder te spreken of aandacht te geven een kussen of boekje tussen de katten houden (zodat het staren onderbroken wordt) en zacht één van de twee katten opzij brengt.

>> Niet straffen! Er wordt nog zo vaak aangeraden om een kat ‘een tik te geven’ of met sleutelbossen te rammelen. Dit maakt alles alleen maar erger. De kat sproeit omdat ze zich niet goed voelt (wat de reden ook mag zijn). We willen dat zeker niet erger maken door haar te straffen en nog angstiger te maken. Straffen werkt niet omdat de kat gewoonweg niet weet waarom die angstaanjagende stimulus plaatsvindt. Voor haar is sproeien een perfect normale manier om om te gaan met stress in haar omgeving.

>> Zorg voor veel afleiding: spelverrijking, voedselverrijking en geurverrijking. Spelen zal de belangrijkste factor zijn om spanning voor de kat te reduceren en de kat ‘gelukkiger’ te maken. Katten moeten jagen tot de laatste dag dat ze leven. Hun nood om te jagen staat immers niet in verhouding met hun hongergevoel, waardoor zij altijd nood hebben aan stimulansen om te jagen. Breng uw cliënt daarvan op de hoogte. Zegt deze dat de kat niet graag speelt, is dit een grote aanwijzing voor stress en depressie.

>> Verwijder de geuren volledig (meerdere malen en met verschillende doekjes en niet met bleekmiddel).

Plassen

Plassen is een synoniem voor op de kattenbak gaan. De kat prefereert om op een andere plaats naar toilet te gaan omdat de huidige toiletervaring voor haar niet ideaal is. Dit kan liggen aan het aantal kattenbakken, kattenzand, open/gesloten bakken maar zal vooral liggen aan de plaats waar deze staat en of de toegang geblokkeerd wordt door andere katten of de doorgang stresserend is voor de kat. Als een kat niet op haar huidige bak wil gaan, zal zij een andere plaats zoeken waar zij zich goed genoeg voelt. Zo wordt er veel op propere was en beddengoed geplast omdat dit ruikt naar de eigenaar en de kat hier zich veilig voelt. Wij als eigenaar gaan er te vaak van uit dat de kat wel zal gaan waar wij willen dat ze gaat.

EHBO bij plassen
>> Medische oorzaak uitsluiten

>> Verspreid de kattenbakken over héél het huis volgens het N+1 principe. Als bakken naast elkaar staan, geldt dit als 1 toiletplaats. Vraag waar de kattenbakken staan en adviseer om deze op zo rustig mogelijke plaatsen te zetten. Dus niet: in gangen, trapoverlopen, aan deuren, kattendeurtjes enz. Wel tussen muren en kasten, onder bureaus, onder tafels, ergens goed verborgen, geen lawaai zoals droogkasten en automatische garagepoorten.

>> Het verspreiden van de bakken zorgt ervoor dat de ene kat zich niet door of in het leefgebied van de andere kat moet verplaatsen om haar behoefte te doen. Anders zal zij een andere rustige plaats zoeken.

>> Zorg ervoor dat het kattenzand zo veel mogelijk op fijn zand lijkt, dit is wetenschappelijk bewezen het meeste verkozen zand bij katten. Probeer ook te achterhalen met welk kattenzand de kat is grootgebracht, maar deze informatie is meestal niet voor handen.

>> Vraag of de kattenbak groot genoeg is, vaak zijn katers een stuk groter dan de bak waar ze inmoeten en kan die na een tijd een probleem vormen.

>> Zorg voor veel afleiding om algemene spanning in huis te reduceren: spelverrijking, voedselverrijking, geurverrijking en vooral het verspreiden van bronnen (eten, drinken, bakken, slaapplaatsen, schuilplaatsen, aandacht van de eigenaar etc.).

Enkele interessante referenties over het onderwerp

Bowen J. & Heath S. (2005) ‘Behaviour Problems in Small Animals: Practical advice for the veterinary team’, Elsevier Saunders, 283 p.

Bradshaw J. (1992) ‘The Behaviour of the Domestic Cat’, Redwood Press Ltd, 219 p.

Hart B.L., Hart L.A. & Bain M.J. (2006) ‘Canine and Feline Behavior Therapy’, Blackwell Publishing, 373 p.

Landsberg G., Hunthausen W., Ackerman L. (1997) ‘Handbook of Behavior Problems of the Dog and Cat’, Elsevier Saunders, 554 p.

Geschreven door Anneleen Bru, Felinova Animal Behaviour Consulting voor het VDV Magazine December 2011. Het is niet toegelaten inhoud van dit artikel te gebruiken zonder schriftelijke toestemming van de auteur (info@felinova.be).